28/07/2017

De Belgische taxshift heeft een impact op vermogende particulieren en familiebedrijven

Family Owned Business & Private Wealth

De invoering van een jaarlijkse tax van 0,15 % op effectenportefeuilles, de belasting op de terugbetaling van maatschappelijk kapitaal en de versterking van de Kaaimantaks zijn slechts enkele compensatoire maatregelen voor de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting tot 25%, die waarschijnlijk van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2018.

Op 26 juli 2017 heeft de Belgische regering een akkoord bereikt over een verreikende Belgische belastinghervorming, die streeft naar de stimulering van economische groei en attractiviteit voor buitenlandse investeringen, jobcreatie en algemene rechtvaardigheid in het fiscale beleid. De voorgestelde maatregelen hebben gevolgen voor vermogende particulieren en familiebedrijven.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de maatregelen aangekondigd op 26 juli 2017. Daar de regering slechts de hoofdlijnen van de belastinghervorming heeft voorgesteld, kunnen de details van de onderstaande maatregelen nog wijzigingen ondergaan.

1. Vermogende particulieren

  • Terugbetaling van fiscaal volstort kapitaal zal (gedeeltelijk) onderworpen worden aan roerende voorheffing: Wanneer een vennootschap op dit moment haar fiscaal volstort kapitaal uitkeert, is geen roerende voorheffing of personenbelasting verschuldigd. De Regering heeft de invoering van een proportionele toerekening van de kapitaalvermindering op de belastbare reserves van de onderneming aangekondigd. In de mate dat belastbare reserves worden geacht te zijn uitgekeerd, zal, in principe, roerende voorheffing verschuldigd zijn. Dit brengt met zich mee dat het fiscaal volstort kapitaal van een vennootschap niet kan worden verminderd zonder dat dit aanleiding geeft tot roerende voorheffing indien de onderneming belastbare reserves heeft. Voorbeeld: het fiscaal volstort kapitaal van een vennootschap bedraagt 100, de belastbare reserves bedragen 100. Wanneer de vennootschap haar fiscaal volstort kapitaal vermindert ten belope van 50, zal voor fiscale doeleinden een vermindering worden toegerekend op de belastbare reserves voor een bedrag van 25, wat resulteert in een roerende voorheffing die verschuldigd zal zijn op dit bedrag.
  • Invoering van een jaarlijkse belasting op effectenrekeningen: Belgische ingezetenen die een effectenportefeuille bezitten, met onder meer aandelen, obligaties en deelbewijzen van gemeenschappelijke beleggingsfondsen, die het totaal bedrag van 500.000 EUR overschrijden, zullen onderworpen worden aan een jaarlijkse abonnementstaks van 0,15% op het saldo van de effectenportefeuille. Effecten gehouden door middel van pensioenfondsen en levensverzekeringen zouden echter worden vrijgesteld. Aandelen op naam zouden eveneens worden uitgesloten.
  • Nieuwe verhoging van de beurstaks: Na de herhaaldelijke verhogingen van de afgelopen jaren, zal de beurstaks opnieuw verhoogd worden. Het percentage van 0,27%, dat algemeen van toepassing is op aandelentransacties, zal worden verhoogd tot 0,35% en het percentage van 0,09%, dat algemeen van toepassing is op obligatietransacties, zal verhoogd worden tot 0,12%. Het percentage van 1,32% en de plafonds van de beurstaks blijven in principe ongewijzigd. Merk op dat de beurstaks vanaf 1 januari 2017 werd uitgebreid naar buitenlandse verrichtingen waarvan de ordergever ingezetene is van België (lees er hier meer over).
  • Meerwaarden gerealiseerd op fondsen die investeren in schuldvorderingen zullen belastbaar worden, ongeacht het percentage van schuldvorderingen gehouden door het fonds: Momenteel worden meerwaarden gerealiseerd op collectieve beleggingsinstellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks voor meer dan 25%  investeren in schuldvorderingen (bijv. obligaties) belast als interest aan een tarief van 30% ten belope van de meerwaarde die staat voor interest. De Regering heeft nu aangekondigd dat de “meer-dan-25%”-drempel geheel zal worden afgeschaft, wat betekent dat deze regel toepassing zal vinden op alle collectieve beleggingsinstellingen die investeren in schuldvorderingen, ongeacht de bovenvermelde drempel.
  • Versterking van de Kaaimantaks: De doorkijkbelasting voor inkomsten ontvangen door trusts, stichtingen en andere entiteiten gevestigd in belastingparadijzen zal verder worden versterkt, zodat de belasting ook juridische constructies zal omvatten die anders door de mazen van het net zouden kunnen glippen (zogenaamde dubbele structuren).
  • Uitbreiding van de tax shelter voor starters naar groeibedrijven: Eerder was reeds mogelijk om aanspraak te maken op een vermindering in de personenbelasting tot 45% van de fondsen geïnvesteerd in het kapitaal van startende ondernemingen, op voorwaarde (inter alia) van een houdperiode van de aandelen gedurende 4 jaar. Nu zou deze tax shelter worden uitgebreid tot groeibedrijven, maar het is nog onduidelijk hoe deze “groeibedrijven” zullen worden gedefinieerd. Daarenboven zullen onrechtstreekse investeringen in startende ondernemingen en groeibedrijven gestimuleerd worden door de versoepeling van de voorwaarden voor investeringen in private privaks en door de verlaging van de investeringsdrempel daarvan tot 25.000 EUR per investeerder.
  • Geen algemene meerwaardebelasting, noch exit tax: De aangekondigde maatregelen bevatten noch een algemene meerwaardebelasting, noch een exit tax. Bijgevolg zal de meerwaarde door een particulier gerealiseerd op aandelen binnen het normaal beheer van het privévermogen vrijgesteld blijven van personenbelasting. Eveneens zal geen belasting geheven worden wanneer een Belgische ingezetene emigreert.

2. Familiebedrijven

  • Verlaging van het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting: Het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting (Ven.B.) wordt geleidelijk aan verminderd van 33,99% tot 29,58% in 2018 en tot 25% in 2020. Onder bepaalde voorwaarden, zoals een minimale jaarlijkse vergoeding voor de bestuurders, zullen KMO’s genieten van een verlaagd tarief van 20,4% op de eerste schijf van 100.000 EUR belastbaar inkomen vanaf 2018 (verder verlaagd tot 20% in 2020).
  • Meerwaarde op aandelen in effectenportefeuille volledig belastbaar: De regering heeft aangekondigd dat de huidige vrijstelling voor meerwaarden op aandelen voor vennootschappen vanaf nu onderworpen zal worden aan de volgende drempel, zoals reeds van toepassing voor de vrijstelling voor dividenden: een minimumparticipatie van ofwel 10%, ofwel 2.500.000 EUR. Dit houdt in dat wanneer particulieren een effectenportefeuille houden via hun vennootschap, de meerwaarde gerealiseerd op de aandelen van de effectenportefeuille binnen de vennootschap waarschijnlijk belast zal worden aan het algemeen tarief van de Ven.B., aangezien de bovenvermelde drempel vermoedelijk niet zal worden bereikt. Anderzijds zal de huidige afzonderlijke belasting van 0,412% op meerwaarden gerealiseerd door niet-KMO’s die voldoen aan de minimumparticipatie worden afgeschaft.
  • Hervorming van de notionele interestaftrek (NIA): De NIA zal niet langer van toepassing zijn op het volledig kapitaal, maar enkel op de toename van het kapitaal berekend op basis van een 5-jarige periode (aangroeiende benadering verwijzend naar de afgelopen 5 jaar). Er zal een overgangsregime van toepassing zijn.
  • Invoering van een minimale werkelijke belasting: De hervorming voert een minimale belastbare basis in van 30 % van de belastbare winst die de eerste schijf van 1.000.000 EUR overschrijdt (wat een werkelijk belastingpercentage van 7,5% impliceert op de belastbare winst die 1.000.000 EUR overschrijdt vanaf 2020). Er zouden uitzonderingen voorzien worden voor investeringen.
  • Fiscale consolidatie die de aftrekbaarheid van groepsverliezen mogelijk maakt: Vanaf 2020 zal België een fiscaal consolidatieregime invoeren dat de aftrek van het verlies van een Belgische groepsentiteit van de winst van een andere Belgische groepsentiteit tijdens een bepaald belastbaar jaar toestaat.
  • Andere maatregelen: Deze omvatten de tijdelijke toename van de investeringsaftrek voor KMO’s tot 20% vanaf 2018, de uitbreiding van de vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek, de uitdoving van het regime van de investeringsreserve, de beperking van het gebruik van de verliezen toe te schrijven aan buitenlandse vaste inrichtingen (vanaf 2020) en de afschaffing van de versnelde en pro rata afschrijvingen voor fiscale doeleinden (vanaf 2020).

3. Timing?

De regering heeft louter een overzicht van de voorgestelde belastinghervorming voorgelegd. De aangekondigde maatregelen zullen nu vertaald worden in voorontwerpen, die voorgelegd moeten worden aan de Raad van State. Nadat het rapport van laatstgenoemde is verschenen, worden de ontwerpen voorgelegd aan het federaal parlement, waarna zij worden behandeld en gestemd, aangenomen en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De inwerkingtreding van de maatregelen die hierboven werden vermeld als toepasselijk vanaf 2018, zullen waarschijnlijk in werking treden op 1 januari 2018. Het kan echter niet worden uitgesloten dat bepaalde maatregelen reeds vroeger in werking treden, in de tweede helft van 2017. Andere maatregelen treden zoals aangekondigd in werking vanaf 1 januari 2020.

Wij houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

Contact

Aarzelt u niet uw vertrouwde adviseur bij Loyens & Loeff te contacteren in geval van vragen met betrekking tot het bovenstaande.

Disclaimer

Hoewel deze publicatie is opgesteld met grote zorg kan Loyens & Loeff C.B.V.A./S.C.R.L. en alle andere entiteiten, partnerships, personen en handelspraktijken handelend onder de naam ‘Loyens & Loeff’ niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het gebruik van deze uitgave in afwezigheid van hun medewerking. Deze verstrekte informatie is bedoeld als algemene informatie en kan niet beschouwd worden als advies.