27/07/2017

Wetsvoorstel inzake hervorming Belgisch erfrecht goedgekeurd

Family Owned Business & Private Wealth

Op 20 juli jl. is het wetsvoorstel inzake de hervorming van het Belgisch erfrecht goedgekeurd door het parlement. De hervorming is bedoeld om het verouderde erfrecht meer in lijn te brengen met de noden en wensen binnen de moderne samenleving.

1                 Toepassingsgebied

Het erfrecht is het recht dat bepaalt wie wat erft als de overledene geen testament heeft. Het erfrecht bepaalt ook de beperkingen van een testament. Het geeft bepaalde personen onvervreemdbare rechten die niet bij testament kunnen worden ontnomen.

De nieuwe wet betreft enkel bepalingen inzake het erfrecht en verandert niets aan de fiscale bepalingen in de erfbelasting.

De wetswijziging is vooreerst van belang voor inwoners van België die geen testament hebben opgemaakt, ongeacht hun nationaliteit. Hun nalatenschap zal vererven volgens Belgisch erfrecht als ze bij hun overlijden nog in België wonen. Voorts is de wetswijziging ook van belang voor inwoners van België die een testament hebben opgesteld naar Belgisch recht, en voor Belgen die niet in België wonen met een testament naar Belgisch recht.

In principe kunnen inwoners van België die niet de Belgische nationaliteit hebben een rechtsgeldig testament opstellen naar het recht van hun nationaliteit. De wetswijziging verandert niets aan deze mogelijkheid om een rechtskeuze te maken voor een ander erfrecht dan het Belgisch erfrecht. De wetswijziging kan wel een aanleiding zijn voor inwoners van België die een testament hebben naar buitenlands erfrecht om hun rechtskeuze te herevalueren en in een nieuw testament voor het nieuw Belgisch erfrecht te kiezen.

Het nieuw erfrecht blijft zeer technisch. Hierna schetsen wij de krachtlijnen van de wijzigingen.

2                 Krachtlijnen

2.1             Erfovereenkomsten

Erfovereenkomsten zijn overeenkomsten die voor het overlijden reeds worden gesloten over een verdeling van een nalatenschap door de toekomstige erflater met zijn toekomstige erfgenamen.

Volgens het huidig Belgisch erfrecht zijn erfovereenkomsten in principe niet geldig (behoudens strikte uitzonderingen).

Het nieuw Belgisch erfrecht voorziet in nieuwe vormen van toegelaten erfovereenkomsten.

Ouders kunnen het aangewezen vinden om bindende afspraken te maken over hun nalatenschap met hun kinderen, waar de kinderen na het overlijden van de ouders niet meer op terug kunnen komen. Een dergelijke overeenkomst kan onenigheid tussen kinderen na het overlijden van de ouders voorkomen. Het nieuw erfrecht maakt dergelijke overeenkomst (onder voorwaarden) mogelijk.

2.2             ‘Reserve’ of ‘legitieme portie’ van de kinderen

2.2.1          Omvang van de ‘reserve’

In principe krijgt ieder kind volgens het Belgisch erfrecht, indien er geen testament is opgesteld, een gelijk deel van de nalatenschap. Zo krijgt ieder kind in een gezin van drie kinderen in principe een derde deel van de nalatenschap.

Naar Belgisch erfrecht kunnen kinderen niet worden onterfd. De legitieme portie van het kind wordt ook de ‘reserve’ van het kind genoemd.

Het huidig Belgisch erfrecht voorziet dat de omvang van de ‘reserve’ afhankelijk is van het aantal kinderen. Indien de erflater één kind heeft, bedraagt de ‘reserve’ de helft van de nalatenschap. Indien de erflater twee kinderen heeft, bedraagt de ‘reserve’ 2/3e deel van de nalatenschap. Indien de erflater drie of meer kinderen heeft, bedraagt de ‘reserve’ 3/4e deel van de nalatenschap. Zo bedraagt de ‘reserve’ van een kind uit een gezin van drie kinderen volgens het huidig Belgisch erfrecht in principe een vierde deel van de nalatenschap. De rest van de nalatenschap vormt het beschikbaar deel waarover de erflater vrij kan beschikken.

Het nieuw Belgisch erfrecht bepaalt dat de ‘reserve’ ongeacht het aantal kinderen de helft van de nalatenschap is. De ‘reserve’ van een kind uit een gezin van drie kinderen wordt in het nieuw erfrecht beperkt tot een zesde deel van de nalatenschap. De andere helft van de nalatenschap vormt in het nieuw erfrecht het beschikbaar deel en kan door de toekomstige erflater worden gebruikt om één of meer kinderen te bevoordelen of om andere personen te begiftigen.

2.2.2          ‘Reserve’ in waarde

Het huidig Belgisch erfrecht voorziet een ‘reserve’ in natura. Ieder kind moet in principe zijn ‘reserve’ krijgen in de goederen van de nalatenschap, zoals een deel van het huis en een deel van de effectenrekening.

Wanneer de erflater te veel heeft geschonken aan bepaalde kinderen, maar niet aan alle kinderen, of teveel heeft geschonken aan anderen, dan kunnen de benadeelde kinderen ‘inkorting’ vorderen.

Om te berekenen of er al dan niet teveel werd geschonken, wordt in het huidig erfrecht naar de waarde van de schenking op datum van overlijden gekeken, waarbij in het huidig erfrecht geld geacht wordt niet te stijgen in waarde.

Voorbeeld in het huidig erfrecht is dat van een gezin van drie kinderen waarbij één kind een onroerend goed heeft verkregen bij schenking en de andere kinderen een geldsom. Op datum van schenking had het onroerend goed dezelfde waarde als de geldsom. Nadien is de waarde van het onroerend goed meer dan verdubbeld. Onder het huidig erfrecht kunnen de twee kinderen die het geld gekregen hebben van het derde kind een deel van het onroerend goed opeisen. Het derde kind wordt ‘ingekort’.

Het nieuw erfrecht gaat voor alle schenkingen uit van de waarde op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden.

In het huidig erfrecht kunnen de benadeelde kinderen eisen dat zij een deel van het geschonken goed krijgen.

Het nieuw erfrecht beperkt de eis van de benadeelde kinderen tot een vergoeding in waarde.

2.3             Inbreng van schenkingen in waarde

Om te beoordelen of de erflater niet te veel heeft geschonken, moeten erfgenamen hun schenkingen ‘inbrengen’.

Het huidig erfrecht voorziet in een ‘inbreng’ volgens de waarde van de geschonken goederen op datum van overlijden voor onroerende goederen en volgens de waarde van de geschonken goederen op datum van schenking voor alle roerende goederen (zoals een geldsom, effecten of kunst).

In het voorbeeld van de drie kinderen waarbij het onroerend goed meer dan verdubbeld is in waarde leidt dit tot nadelige gevolgen voor het kind dat het onroerend goed verkreeg.

Het nieuw erfrecht heft dit onderscheid op. ‘Inbreng’ van alle giften vindt voortaan plaats in waarde, volgens de waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden.

In het voorbeeld van de drie kinderen zal rekening worden gehouden met de waarde op de dag van de schenking, geïndexeerd tot dag van het overlijden, ongeacht de waardevermeerderingen. De drie schenkingen zullen ingebracht worden met dezelfde waarde.

2.4             Schenking als voorschot op erfdeel of schenking buiten deel

2.4.1          Schenkingen aan de kinderen

Het huidig erfrecht gaat uit van de veronderstelling dat ouders al hun kinderen gelijk willen behandelen en dat een schenking aan één van de kinderen een schenking als voorschot op erfdeel is.

Willen de ouders één van hun kinderen uitdrukkelijk bevoordelen, moeten zij dit conform het huidig erfrecht uitdrukkelijk opnemen in de akte en de schenking kwalificeren als buiten deel.

Het nieuw erfrecht verandert dit principe niet.

2.4.2          Schenkingen aan andere erfgenamen dan de kinderen

Het huidig erfrecht veronderstelt dat schenkers al hun toekomstige erfgenamen gelijk willen behandelen en dat een schenking aan één van de erfgenamen een schenking als voorschot op erfdeel is.

Willen de schenkers één van hun toekomstige erfgenamen uitdrukkelijk bevoordelen, moeten zij dit conform het huidig erfrecht uitdrukkelijk opnemen in de akte en de schenking kwalificeren als buiten deel.

Het nieuw erfrecht draait het vermoeden om voor een andere erfgenaam dan een kind en gaat ervan uit dat de schenker een andere erfgenaam dan een kind met een schenking wil bevoordelen.

Is dit niet het geval, moet de schenker uitdrukkelijk vermelden dat de schenking als voorschot op erfdeel is.

Het nieuw omgekeerd vermoeden is bijvoorbeeld van belang voor een schenker die geen kinderen heeft en van wie de ouders overleden zijn. Gezien de hoge tarieven in de erfbelasting krijgen een broer of zus, of kinderen van een vooroverleden broer en zus, vaak een schenking. Onder het nieuw recht worden deze schenkingen geacht bevoordelingen te zijn buiten deel, tenzij anders bepaald.

3                 Inwerkingtreding

Het wetsvoorstel is op 20 juli jl. goedgekeurd door het parlement, maar is nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De publicatie wordt verwacht in augustus.

In principe is het nieuw Belgisch erfrecht van toepassing één jaar na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, dit is vermoedelijk in augustus 2018.

Tussen de publicatie in het Belgisch Staatsblad en de inwerkingtreding gelden overgangsregels. Wie reeds schenkingen heeft gedaan, moet de mogelijkheid krijgen om een keuze te maken tussen het huidige en het nieuw erfrecht.

Uiteraard blijven reeds eerder gedane schenkingen geldig conform de bepalingen in de akte onder het nieuw erfrecht. Wel kunnen schenkers gedurende een jaar opteren voor het huidige systeem van inkorting en inbreng conform punt 2.2.2 en 2.3. Anderzijds kunnen zij ook opteren voor de bepalingen van het nieuw erfrecht inzake de wijze van inkorting en inbreng. Als schenkers niets doen, gaan de regels van inkorting en inbreng van het nieuw erfrecht op de oude schenkingen gelden. Willen ze dit niet, kunnen schenkers de regels van inkorting en inbreng van het huidig erfrecht van toepassing blijven verklaren via een verklaring voor de notaris. Dit kan enkel voor alle schenkingen tegelijk.

Zoals eerder onder punt 1 vermeld, dient dit herevalueren van reeds gedane schenkingen enkel te gebeuren wanneer het Belgisch erfrecht van toepassing zal zijn op de nalatenschap.

4                 Conclusie

  1. Het nieuw erfrecht biedt de mogelijkheid om met de kinderen een erfovereenkomst op te maken. Dit is een opportuniteit om alle kinderen nu reeds zekerheden te geven en om onenigheid bij de verdeling na het overlijden te vermijden.
  2. In lijn met de huidige tijdsgeest wordt de ‘reserve’ van de kinderen beperkt tot de helft van de nalatenschap. De erflater kan vrij beschikken over de andere helft van zijn nalatenschap.
  3. Het principe blijft dat ouders vermoed worden hun kinderen gelijk te willen behandelen. Een bevoordeling van een kind moet uitdrukkelijk worden bepaald. Het nieuwe erfrecht draait dit vermoeden om voor andere erfgenamen dan kinderen.
  4. Wanneer voor het overlijden verschillende goederen werden geschonken, worden de begiftigden in het nieuw erfrecht beschermd tegen de verschillende veranderingen van waarde tussen datum van schenking en datum van overlijden van de schenker.

* * * * *

Aarzelt u niet contact op te nemen voor het herevalueren van uw bestaande planning of indien u vragen heeft over het nieuw erfrecht. Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.